
De anamnese
Tijdens een vraaggesprek brengt de podotherapeut de risico’s in kaart, zoals een beperkt zichtvermogen,
gebruik van medicatie en schoenen die niet goed bij de voet passen. Ook vraagt de podotherapeut of de cliënt het afgelopen jaar nog gevallen is. En zo ja, wat de oorzaak was. Draagt de 65-plusser zolen? Dan is het belangrijk om te weten wanneer deze voor het laatst zijn gecontroleerd.

De nulmeting
Met een drukmeting is iemands balans te testen.
Een drukmeetplaat registreert dan onder meer het
lichaamszwaartepunt bij het op één been staan. Hierbij geldt: hoe groter de bewegingsuitslag, hoe slechter de balans. De podotherapeut gebruikt het resultaat als nulmeting.

Het podotherapeutisch onderzoek
Tijdens dit onderzoek kijkt de podotherapeut naar de beweeglijkheid van de gewrichten en de stabiliteit. Zijn er blokkeringen? Dan worden deze behandeld. Ook controleert de podotherapeut de schoenen en kijkt de specialist of zolen nodig zijn voor stabiliteit. Aan het eind van het onderzoek volgt een schoenadvies en worden zolen eventueel aangemeten.

Het oefenprogramma
Als iemand al een keer gevallen is, is het gevaar op herhaling groot. Om dit te voorkomen, gaat een fysiotherapeut aan de slag met een oefenprogramma voor extra stabiliteit. Daarbij wordt rekening gehouden met de risicofactoren uit de anamnese en het resultaat van de nulmeting.
De controlemeting
Als de oefeningen erop zitten, herhaalt de podotherapeut de drukmeting. Een objectieve manier om te checken of de balans verbeterd is. En daarmee het
risico op vallen kleiner. Is het doel bereikt? Dan kan het oefenprogramma worden afgerond. Is dit nog
niet het geval? Dan moet het programma worden bijgesteld.
Zo slaan de podotherapeut en de fysiotherapeut de handen ineen. Ze doen er alles aan om het aantal
vallende ouderen te verkleinen. Want dat is nodig!




